|
Je weg vinden in een
miljoenenstad
In Shanghai, de grootste stad
ter wereld, wonen ruim 15 miljoen. Dat is evenveel als in Nederland. Ondanks het
negatieve imago van de grote stad is wonen in een miljoenenstad vaak een
positieve ervaring.
Met de droom van een eigen Bed &
Breakfast vertrokken Jaap (54) en Lucie (49) Brusewitz begin 2005 uit Nederland.
Niet naar een afgelegen plek in Zuid-Europa, maar naar Moskou, de Russische
hoofdstad met ruim tien miljoen inwoners.
Russische droom
Jaap en Lucie kwamen in 2000 op
uitnodiging van kennissen voor het eerst in Rusland. Het was liefde op het
eerste gezicht, vertellen ze. “We wilden weg uit Nederland en het was ons meteen
duidelijk dat Rusland alles had wat we zochten.” Lucie ging op Russische les en
twee zomers reisden ze samen naar Sint-Petersburg voor een cursus Russisch. Ze
realiseerden zich dat ze, voordat ze aan een Bed & Breakfast konden denken,
eerst ergens in loondienst moesten gaan werken.
Vacature
In 2003 kwam Lucie in de Moscow
Times een artikel tegen over de opening van een warehouse van een
Nederlandse logistiek en transportbedrijf. Ze besloot een open sollicitatie te
sturen en Lucie werd uitgenodigd voor een gesprek. “Het ging allemaal heel
snel,” vertelt ze. “Dat gesprek vond eind november 2004 plaats. Half januari
2005 woonden we in Moskou.” Lucies nieuwe baas bood Jaap een baan aan op de
verkoopafdeling van een andere vestiging in Moskou. De Bed & Breakfast hebben ze
inmiddels op de lange baan geschoven.
Woning
Nog op de dag van aankomst vonden
ze een woning aan de buitenste ringweg rond de stad, op twintig minuten met de
metro van het Rode Plein. Een appartement in het centrum zat er niet in. “Het
centrum is peperduur, evenals de nieuwbouw die in rap tempo uit de grond schiet,
net buiten het centrum. Daar wonen is alleen weggelegd voor rijke Russen en voor
expats die door een bedrijf zijn uitgezonden.” Moskou kwam vorig jaar uit
onderzoek van Mercer Human Resource Consulting als duurste stad ter wereld uit
de bus.
Overleven
Jaap en Lucie wonen op de elfde
verdieping in een buurt met veel grijze flatgebouwen uit vervlogen Sovjettijden.
Ze wonen er tussen de Russen. “We zijn de enige buitenlanders en echt een
bezienswaardigheid,” zegt Lucie. Ook hun appartement is een bezienswaardigheid
voor hun Russische buren en kennissen. “Wij hebben onze flat gezellig gemaakt.
Dat kennen ze hier niet. Moskovieten leven niet in hun flat, maar overleven er.
Ze eten en slapen er. Meestal is het volgepakt met spullen. Ze bewaren alles.
Hun appartement lijkt soms meer een pakhuis dan een woning. Tussen al die
spullen wonen ze bovendien met veel mensen op een kleine oppervlakte, want de
kinderen blijven thuis wonen zolang ze niet trouwen. Vaak is de woonkamer ook
slaapkamer. Moskovieten nodigen je dan ook zelden thuis uit, maar nemen je mee
naar een restaurant of hun buitenhuis.”
File
Moskou heeft een oppervlakte van
duizend vierkante kilometer. “Moskou door rijden is zoiets als van Amsterdam
naar Utrecht,” concretiseert Jaap. “Maar dan stapvoets in een file van zes rijen
dik, die tot na middernacht aanhoudt.” Terwijl Moskou met de auto een
verschrikking is, werkt het metro- en treinsysteem uitstekend. “Het kan hier ’s
winters dertig graden onder nul zijn, maar de trein heeft nooit vertraging.
Bevroren bovenleidingen of andere problemen als gevolg van het weer kennen ze
hier niet.”
Metro
Het metrosysteem zorgt niet alleen
voor snel en betrouwbaar vervoer, het brengt ook structuur in de enorme stad.
“De metrostations zijn coördinatiepunten, kleine kernen die Moskou
overzichtelijk maken,” zegt Lucie. Jaap zit iedere dag minstens een uur in de
Moskouse metro. Een merkwaardige ervaring, vindt hij. “De mensen wisselen geen
woord. Op de herrie van de metro zelf na, is het er volledig stil. De mensen
kijken nors voor zich uit, met een heel neutraal gezicht en vermijden
oogcontact. Tijdens het overstappen hoor je alleen het geruis van zich
voortbewegende mensen en voetstappen die zich van het ene naar het andere punt
verplaatsen.” Jaap denkt dat dit gedrag een overblijfsel is uit de
communistische tijd. “De mensen zijn heel wantrouwend. Er zou wel eens iemand
kunnen meeluisteren. Je ziet hier nog van die oude Sovjetposters met de tekst
‘Klets niet’. Heel toepasselijk.”
Gekrioel van mensen
Ondanks de vreemde stilte in de
metro, vindt Jaap het reizen energieverslindend. “De afstand die ik hier naar
mijn werk moet afleggen is niet groter dan wat ik in Nederland gewend was. Maar
een overvolle metro is niet hetzelfde als alleen in je auto. De stad is een
gekrioel van auto’s en mensen, die altijd haast hebben. Dag en nacht. Het houdt
nooit op.”
New York
In New York gaat Arjan Planting
(31) te voet naar zijn werk. In twintig minuten loopt hij van zijn flat op 56th
Street vlakbij Central Park naar zijn kantoor op 46th Street. Hij
werd in oktober 2006 door ING Real Estate naar New York City uitgezonden. Hij
woont op de zevenentwintigste verdieping van een woontoren met uitzicht op de
East River.
Cliches
“Alle clichés over New York
kloppen,” zegt Arjan lachend. “Het is echt ‘the city
that never sleeps’. Je kunt hier vierentwintig uur per
dag eten, winkelen, uitgaan, werken. De diversiteit is ongekend. De hele wereld
komt hier samen. Er is altijd iets gaande. Alles is op ieder moment van de dag
voorhanden.” Maar wat de stad volgens Arjan het meest typeert is dat alles er is
gericht op efficiency.
Werkstad
“New York is een werkstad,” vertelt
hij. “De hele stad is afgestemd op zoveel mogelijk werken. Alles moet snel en
gemakkelijk. Als je een taxi nodig hebt, hoef je maar naar buiten te lopen en je
hand op te steken. Als je honger hebt kun je kiezen uit talloze eettentjes. Op
iedere hoek zit er een en ze zorgen ervoor dat je binnen vijf minuten je
bestelling hebt. En vrijwel ieder kantoorgebouw heeft een stomerij.”
Vierentwintig uur per dag
Daarnaast hebben de meeste
woontorens een doorman. Ook Arjans flat. “Een doorman is iemand
die in de gaten houdt wie het gebouw binnengaat en of diegene er ook
daadwerkelijk iets te zoeken heeft. Maar hij zorgt ook voor allerlei kleine
diensten. Hij houdt een taxi voor je aan of tekent voor een pakketje als je niet
thuis bent. Ook kun je bij hem ’s ochtends voor je naar je werk gaat je wasgoed
afleveren. De wasserij haalt het dan bij hem op en levert het schoon en
gestreken weer bij hem af. Als je wilt, kun je hier vierentwintig uur per dag
werken.”
9/11
New York heeft het imago van een
gevaarlijke stad. Een stad met veel criminaliteit en een stad die doelwit is van
terroristische aanslagen. Arjan woont en werkt in Manhattan, het stadsdeel waar
ook de aanslagen van 11 september 2001 op het World Trade Center plaatsvonden.
‘9/11’ is nog springlevend in New York, ervaart Arjan dagelijks. “Het heeft een
enorme impact gehad op de stad en op de mensen. Collega’s en vrienden hebben de
aanslagen van heel dichtbij meegemaakt. Afgelopen weekend was er een memorial
race voor een meisje van mijn wielerclub die bij de aanslag is omgekomen. De
mensen zijn er zes jaar na dato nog steeds mee bezig.”
Nuchter
Maar niet zo erg dat ze zich erdoor
laten afschrikken. De New Yorkers zijn er heel nuchter onder gebleven. Arjan
laat zich ook geen angst aanjagen door het risico op aanslagen. “Als het nog
eens zou gebeuren, dan doe je er niets aan. Het overkomt je. Je kunt er niet je
leven op afstemmen. Dat doen de New Yorkers zelf ook niet.” Toch schrok hij wel
even toen er eind juli dicht bij zijn kantoor een explosie plaatsvond, vertelt
hij.
Explosie
“De explosie vond plaats tijdens de
avondspits dicht bij het Grand Central, een van de twee centrale stations van
Manhattan. Daar komt alles samen. Een interessante locatie voor een aanslag dus.
Ik denk dat er niemand was die niet aan een aanslag dacht. Er was een draaiboek
waar in stond wat we moesten doen. Iedereen moest het gebouw verlaten.” De
explosie liet een grote krater in het wegdek achter. Terroristen hadden er niets
mee te maken. Er had door onbekende oorzaak een explosie plaatsgevonden in een
oude stoompijp.
Criminaliteit
Met criminaliteit heeft Arjan nog
nooit te maken gehad. “Ik heb nog nooit een ruzie gezien of een dief een winkel
uit zien rennen. Maar ik woon en werk in het welvarende deel van Manhattan en
dat is geen goede afspiegeling van New York als geheel. Als je naar de locale
televisie kijkt, zie je iedere dag berichten over overvallen en schietpartijen.”
Individualisme
Wat Arjan wel dagelijks ondervindt
is de sterk individualistische levensstijl waarmee New York City vaak wordt
geassocieerd. “New Yorkers zijn altijd in voor een social talk. Een
babbeltje en een grapje. Dat duurt vijf tot tien minuten en dan is het over. De
mensen nemen geen standpunt in en praten niet over persoonlijke zaken. Ze staan
er ook niet voor open als jij dat wel doet. Iedereen leeft in zijn eigen
wereldje. De mensen bemoeien zich niet met elkaar. Als je een week een week in
je appartement blijft is er niemand die zich afvraagt of er iets aan de hand
is.”
Seoul
Jolanda Houthuijsen (35) ervaart in
Seoul juist het tegendeel. “De mensen letten op elkaar en ze letten op mij als
buitenlandse met drie kleine kinderen in een vreemde stad,” vertelt ze. Ze had
helemaal niet gerekend op een gemoedelijke sfeer in een stad van ruim 10 miljoen
inwoners. “Als ik tijdens de spits met mijn drie kleine kinderen de metro
binnenstap, staan er altijd direct mensen op om ons te laten zitten, alle vier
naast elkaar. En als ik een verkeerde bus neem schieten me van alle kanten
spontaan mensen te hulp. Toen we nog in Haarlem woonden dacht ik dat de mensen
zo onverschillig waren omdat de Randstad een stedelijk gebied is met veel mensen
op een beperkte oppervlakte. Maar Seoul is oneindig veel groter dan welke stad
in de Randstad ook. En hier zijn de mensen wel behulpzaam en vriendelijk. Het is
geen kwestie van inwoneraantallen, maar van mentaliteit.”
23 miljoen inwoners
Jolanda woont sinds juli 2007 met
haar man en drie kinderen van 3, 4 en 5 in de Zuid-Koreaanse hoofdstad, die 10,5
miljoen inwoners telt en een van de grootste steden ter wereld is. De metropool
(de stad plus het omliggende stedelijke gebied) is met 23 miljoen inwoners de op
drie na grootste ter wereld (na Tokio, Mexico-city en New York). Tijdens de
Koreaanse oorlog (1950-1953) werd Seoul grotendeels verwoest. De stad werd in
razend tempo weer opgebouwd. Het resultaat is een enorme stad van hoge, grijze
torens.
Leefbaar
Seoul is op het eerste gezicht
vooral heel lelijk, vertelt Jolanda. Maar veel mensen verkijken zich op de stad.
Dat deed zij zelf ook. “Toen we te horen kregen dat ING Life Korea mijn man naar
Seoul wilde uitzenden, zijn we eerst een week gaan kijken. Ik weet nog dat ik
dacht: hier ga ik nooit wonen. Maar na twee dagen begon ik me er op mijn gemak
te voelen. Nu vind ik het een geweldige stad om te wonen. De stad is heel
leefbaar.”
Veilig
Seoul is een van de veiligste
steden ter wereld. “De mensen geloven dat wat zij doen grote invloed heeft op al
hun familieleden, inclusief hun voorouders en hun toekomstige nageslacht,” legt
Jolanda uit. “Een slechte daad heeft een negatieve invloed op hun karma. Ze
denken daarom wel twee keer na voordat ze een misdaad plegen. Er gebeurt hier
echt bijna nooit iets. Het komt zelden in me op om extra op mijn portemonnee of
telefoon te letten als ik de stad inga.”
Wolkenkrabbers
Dat je toch in een stad woont die
zo groot is als de halve provincie Utrecht en tweederde van het aantal inwoners
van Nederland herbergt merk je als je probeert de stad uit te komen, vertelt
Jolanda. “Je kunt een uur in dezelfde richting rijden en dan rij je nog steeds
tussen de wolkenkrabbers. Alsof je niet vooruitgaat, de stad maar niet uit komt.
Seoul is zo onvoorstelbaar groot. Er komt geen einde aan.”
Buitenwijk
Jolanda woont met haar gezin net
buiten het centrum, boven op een berg. “We wilden eigenlijk in het centrum gaan
wonen, omdat de internationale school daar is gevestigd. Maar ons jongste kind
is astmatisch en in de buitenwijken is de luchtvervuiling toch een stuk minder.”
Ze vonden een vrijstaande woning met een tuin in een doodlopend straatje. Daar
kunnen de kinderen een heel klein stukje fietsen. Maar echt buiten spelen is te
gevaarlijk vanwege het drukke verkeer en het gebrek aan voetpaden.
Schoolbus
Omdat ze in een buitenwijk wonen
gaan de kinderen met de schoolbus naar school. Dat vindt Jolanda een van de
minder leuke kanten van Seoul. “De kinderen maken op school al lange dagen en
zitten dan ook nog eens anderhalf uur per dag in de schoolbus. Ook de kleinste
die net drie is geworden. Ik zou ze graag zelf brengen en halen, maar dat is
geen doen. De schoolbus heeft overal voorrang. Met de auto zou je er nog langer
over doen.”
Kinderen
Toch hebben Jolanda’s kinderen het
erg naar hun zin in Seoul. “Er is zoveel te doen voor kinderen. Van dierentuinen
tot kindertheater en pretparken. De gevaren zijn beperkt. Op grote kruispunten
gaan de voetgangers onder de weg door. Je hoeft dus geen drukke wegen over te
steken. Dat is een prettig idee. Sommige oudere kinderen gaan gewoon alleen met
het openbaar vervoer naar school,” vertelt Jolanda.
Guus Hiddink
Jolanda vindt Seoul een absolute
aanrader voor expats. “Het is een totaal andere cultuur in een heel leefbare
stad met vriendelijke en behulpzame mensen. In het contact met de Koreanen is
het ijs zo gebroken, vooral voor Nederlanders. Je hoeft alleen maar te zeggen
dat je uit Nederland komt. Dan reageert iedereen met ‘Guus Hiddink!’. Overal zie
je foto’s van Hiddink en iedereen kent hem. Hij is een ware volksheld in
Zuid-Korea. En in de ogen van de Zuid-Koreanen is iedere Nederlander een beetje
Guus Hiddink.”
Grootste steden ter wereld (naar
inwoneraantal binnen de stadsgrenzen)
1. Sjanghai
(China) 15,4 miljoen inwoners
2. Bombay
(India) 13,1 miljoen
3. Karachi
(Pakistan) 12,3 miljoen
4. Buenos Aires
(Argentinië) 11,6 miljoen
5. Delhi
(India) 11,5 miljoen
6. Manilla
(Filippijnen) 10,7 miljoen
7. Moskou
(Rusland) 10,6 miljoen
8. Seoul
(Zuid-Korea) 10,5 miljoen
9. Istanbul
(Turkije) 10,3 miljoen
10. São Paolo
(Brazilië) 10,1 miljoen
11. Lagos
(Nigeria) 9,2 miljoen
12. Mexico City
(Mexico) 8,7 miljoen
13. Jakarta
(Indonesië) 8,6 miljoen
14. Kinshasa (Congo-Kinshasa)
8,4 miljoen
15. Tokio (Japan)
8,4 miljoen
16. New York (Verenigde Staten)
8,1 miljoen
17. Lima
(Peru) 8,0 miljoen
18. Cairo
(Egypte) 7,9 miljoen
19. Peking
(China) 7,7 miljoen
20. Londen
(Groot-Brittannië) 7,5 miljoen
Fleur de Ron,
27 september 2007
Gepubliceerd in Ajuus
Magazine (www.ajuus.nl)
Meer informatie
over wonen en werken in Italië vind je ook op
Italie da vivere
|