|
Minder speels onderwijs
in Italië
In het Italiaanse
onderwijs gaat het er meestal een stuk gedisciplineerder aan toe.
Het is daardoor minder speels, maar Nederlandse ouders verbazen zich
over de uitgebreide kennis van hun kinderen.
“Ik sta er soms
versteld van hoeveel mijn zoontje van 7 weet,” vertelt Maarten de
Zeeuw (35). “Leren lezen en schrijven doen ze in Italië niet met
boom-roos-vis maar ze gaan er meteen vol tegenaan met lange,
moeilijke woorden van meerdere lettergrepen. Het Italiaanse
onderwijs is een stuk minder speels dan het Nederlandse, maar de
kinderen leren heel veel.”
Discipline
Maarten woont met zijn
vrouw en drie kinderen van 7, 4 en enkele maanden oud op het
Italiaanse eiland Sardinië. Zijn oudste zoontje volgt het
basisonderwijs aan de plaatselijke staatsschool. Maarten is tevreden
over het Italiaanse onderwijs, vertelt hij. “De sfeer is heel anders
dan op een Nederlandse basisschool. Als de bel gaat zie geen
rennende en schreeuwende kinderen. Ze lopen heel netjes de klas in,
hangen hun jas op en gaan zitten. Ze moeten veel uit hun hoofd leren
en krijgen vanaf de eerste klas huiswerk op. Het is minder gezellig
dan in Nederland, maar uiteindelijk gaan kinderen naar school om te
leren en wat discipline vind ik helemaal niet slecht.” En de
kinderen zitten niet alleen maar in de klas, voegt Maarten eraan
toe. “Soms gaan ze oude gebouwen bekijken in het dorp, naar een
natuurpark of naar het circus. En naast gym, hebben ze ook toneel en
Sardisch volksdansen.”
Contact
Wat Maarten vooral is
opvallen, is het klassikale karakter van het onderwijs. “Als
bijvoorbeeld één leerling tijdens de gymles zit de klieren, kan de
hele klas zich voor straf weer omkleden. De kinderen hebben voor
ieder vak een andere leraar. Het contact is daardoor oppervlakkiger
en minder individueel.” Ook het contact tussen de school en de
ouders is heel anders dan Maarten in Nederland gewend was. “In
Nederland weet je na verloop van tijd heel veel over de school.
Ouders worden betrokken bij het onderwijs, je hebt een
medezeggenschapsraad, je weet wat er op school gebeurt. Dat is hier
allemaal niet. Je zet je kinderen voor de school af. De meesters en
juffen zie je niet. Eens in de drie of vier maanden is er een
inloopuurtje voor vragen en problemen, maar de schoolleiding bepaalt
wat er op school gebeurt. Daar heb je als ouder geen inspraak in.”
Ontevreden
Het schaarse contact
tussen de school en de ouders, viel ook Sabrina Haantjes (34) op.
Het was een van de redenen waarom ze besloot haar kinderen van 10 en
12 na een jaar van de staatsschool in hun dorp aan het Gardameer af
te halen en ze op een privé-school te doen. “Ik had geen idee wat er
op school gebeurde en wat de plannen waren. Als het niet goed ging
met je kind, kreeg je daarover pas in februari voor het eerst iets
te horen.” Maar ze was ook ontevreden over de inhoud van de lessen.
“Ik vond het weinig gericht op de toekomst. Een van mijn kinderen is
bijvoorbeeld een heel jaar lang met de Etrusken bezig geweest. Voor
recentere geschiedenis of actuele gebeurtenissen was geen aandacht.
Op de school waar ze nu naartoe gaan is er tenminste een balans.
Daar hebben ze meer aan.”
Privé-school
Terwijl het
staatsonderwijs gratis is, betalen ouders voor een privé-school een
maandelijkse bijdrage. Sabrina betaalt 280 euro per maand per kind,
vertelt ze. Haar kinderen gaan van maandag tot en met vrijdag van
acht uur ’s ochtends tot half zes ’s middags naar school. “De school
zorgt ook voor naschoolse opvang. Dat is een groot voordeel. De
prijs is dan ook inclusief allerlei extra activiteiten, zoals
duiklessen en paardrijlessen.”
Niveau
Sabrina is redelijk
tevreden over de nieuwe school van haar kinderen, die door paters
wordt geleid. “De kinderen worden goed begeleid. Er is meer aandacht
voor de kinderen als individu en voor de sfeer onderling. Voor ieder
kind is een plaatsje en tegen pesten wordt heel kordaat opgetreden.”
Ook Sabrina vindt dat de kinderen veel leren op school. “De lat
wordt hoger gelegd, er wordt meer van de kinderen verwacht. Dat
heeft positieve en negatieve kanten. Het niveau ligt hoger, maar de
kinderen kunnen niet echt kind zijn. Ze moeten van alles.”
Luisteren en kijken
Kelly Koppelaar (19)
heeft niet het idee dat het niveau in Italië hoger ligt dan in
Nederland. Zij zat vorig jaar een jaar op een Italiaans lyceum in
Verona. Kelly moet een beetje lachen als ze aan de taallessen
terugdenkt. “Ik kon de leraar Duits bijna niet verstaan en de leraar
Engels sprak woorden verkeerd uit. Maar andere vakken, zoals
filosofie, waren weer heel goed.”. Het belangrijkste verschil met
Nederland vond Kelly het gebrek aan interactie. “De leraar praat en
laat zien, de leerlingen luisteren en kijken,” zegt ze.
Internaat
Kelly zat op een
meisjesinternaat. “Er zat nog een Duitse en een Servische, maar
verder waren het Italiaanse meisjes. Uit bergdorpen in de omgeving,
die op zich niet ver weg liggen maar moeilijk te bereiken zijn en
uit Zuid-Italië, omdat de kwaliteit van het onderwijs daar minder
schijnt te zijn dan in Noord-Italië.” Het internaat werd
oorspronkelijk geleid door nonnen. Inmiddels zijn de nonnen er niet
meer, maar de regels doen nog wel aan hen denken. “Op de gang zat de
hele nacht een mevrouw die toezicht hield. We moesten ’s avonds om
elf uur binnen zijn, ook in het weekend,” vertelt Kelly.
Respect
Ook al vond ze het soms
wat ouderwets, Kelly is heel positief over het Italiaanse onderwijs.
Vooral over sfeer in de klas. “In Nederland doen de leerlingen waar
ze zin in hebben. Er is geen respect. Het lijkt heel normaal dat
leerlingen een leraar uitschelden en dat iedere klas een zwart
schaap heeft. In Italië ben ik me gaan realiseren dat dat helemaal
niet normaal is. Op het Liceo stonden de leerlingen op als de leraar
binnenkwam en ze spraken hem of haar aan met ‘u’. Ook het respect
tussen de leerlingen onderling was veel groter. Er waren geen zwarte
schapen, iedereen hoorde erbij. Ik heb er heel veel van geleerd.”
Het Italiaanse
onderwijssysteem
Het Italiaanse
onderwijs bestaat uit staatsscholen, semi-privé-scholen
(particuliere scholen die zijn gelijkgesteld aan het
staatsonderwijs) en privé-scholen. Ouders zijn vrij in de keuze van
een school voor hun kinderen. De staatsscholen zijn gratis, terwijl
de (semi-)privé-scholen een financiële bijdrage vragen.
Het onderwijs is
ingedeeld in de scuola materna (kleuterschool) voor kinderen
van 3 tot 6 jaar, de scuola elementare (basisschool) van 6
tot 11 jaar, de scuola media (‘middenschool’) van 11 tot 14
jaar en de scuole superiori (scholen voor hoger middelbaar
onderwijs) van 14 tot 19 jaar. Alleen de basis- en middenschool zijn
verplicht (in Italië geldt een leerplicht van 6 t/m 14 jaar).
Het hoger middelbaar
onderwijs bestaat uit licei (lycea) voor algemeen
voorbereidend onderwijs en beroepsonderwijs. De licei zijn
onderverdeeld in verschillende richtingen met een accent op de
exacte vakken (liceo scientifico), klassieke talen (liceo
classico), moderne talen (liceo linguistico), kunst (liceo
artistico) of pedagogie (liceo socio-psico-pedagogico).
Het beroepsonderwijs bestaat uit technische scholen, kunstscholen en
overige beroepsscholen.
Tijdens het schooljaar
2005/2006 was het gemiddelde aantal leerlingen per klas op de
Italiaanse basisscholen 18,5.
Een Italiaanse
schooljaar bestaat uit 33 weken van 27 verplichte uren op de
basisschool en 29 op de middenschool. Op veel basis- en
middenscholen gaan de kinderen ook op zaterdag naar school.
Fleur de Ron,
12 december 2007
Gepubliceerd op wereldexpat.nl, 31
december 2007,
http://www.wereldexpat.nl/nl/wonen/kinderen/italiaans-onderwijs_fleurderon
Meer informatie
over wonen en werken in Italië vind je ook op
Italie da vivere |