|
Wonen en werken in wereldstad
Milaan
Milaan is het economische en creatieve centrum van
Italië. Het is de meest internationale stad van het land. Een echte expatstad
waar zo’n achthonderd Nederlanders wonen.
“Milaan heeft weinig te maken met het beeld van Italië als
vakantieland,” vertelt Thijs Pulles (30). “Weinig oude kerkjes, geen heuvels,
geen knus centrum. Het gaat hier over design en mode. Hier zit het geld van
Italië. Dat zie je en de mensen vertellen het je ook graag.” Milaan is het
economisch centrum van Italië, vooral bekend om zijn modehuizen, Alfa Romeo en
financiële instellingen. Veruit het grootste deel van de Italiaanse en
buitenlandse bedrijven is in Milaan gevestigd, waaronder zo’n vijfentachtig
Nederlandse. Het is de werkstad van het land. Met drie procent van de Italiaanse
bevolking zorgt Milaan voor ongeveer een kwart van het Bruto Nationaal Product.
La cucina a Milano, la corte a Roma (de keuken in Milaan, het hof in
Rome) zegt een oud Milanees spreekwoord: in Milaan wordt gewerkt, in Rome
genoten. In en om Milaan wonen ongeveer achthonderd Nederlanders. Daarvan is een
groot deel uitgezonden door een Nederlands of ander buitenlands bedrijf.
Architect
Thijs verhuisde drieëneenhalf jaar geleden op eigen
initiatief naar Milaan. Hij is architect en werkt voor Italo Rota, een bekende
naam in de wereld van de architectuur. Werken voor een Italiaans
architectenbureau is niet hetzelfde als voor een Nederlands. “Je moet je hier
als jonge architect veel meer bewijzen,”vertelt hij. “Tot je vijfendertigste
wordt er nauwelijks naar je geluisterd. Een ander groot verschil is dat
architecten in Italië niet in loondienst werken, maar als freelancer. Het
voordeel daarvan is dat je voor meerdere bedrijven kunt werken. Maar in de
praktijk heb ik daar helemaal geen tijd voor. Ik werk fulltime voor slechts één
bedrijf. En dan is het een nadeel, want als freelancer heb je minder rechten en
het salaris is niet wat het zou moeten zijn.”
Netwerken
Thijs heeft als Nederlandse architect weinig moeite gehad
met het vinden van een baan. “De Nederlandse architectuur staat hier in hoog
aanzien. Ze gingen er daarom al bij voorbaat van uit dat ik een goede architect
zou zijn.” Toch is het vaak een hele opgave om een baan te vinden in Milaan.
Niet omdat er geen werk is, want in Milaan ligt de werkloosheid niet hoger dan
in Nederland. Maar het is cruciaal om veel mensen te kennen. Slechts een kwart
van alle vacatures komt in een krant, op internet of bij een uitzendbureau
terecht. De rest wordt via-via ingevuld.
Woning
Via-via is niet alleen een effectieve manier om een baan te
vinden. Thijs en zijn Italiaanse vriendin hebben op deze manier ook hun woning
gevonden, een tweekamerappartement op twintig minuten lopen van de Dom. Milaan
is na Venetië de duurste stad van Italië. In het centrum kost een gemiddeld
driekamerappartement al snel 2000 euro per maand. De duurste wijk is Brera. Deze
wijk, met zijn beroemde gelijknamige kunstmuseum, ligt tussen de parken Sempione
en Indro Montanelli, op een steenworp afstand van de Dom en de dure
winkelstraten. Brera is geliefd onder goedverdienende expats zonder kinderen.
Het is wijk met vooral negentiende eeuwse woongebouwen. Een wat grijze wijk,
waarvan de charme eigenlijk pas zichtbaar wordt als de houten poorten van een
van de gebouwen zich toevallig openen. Je wordt dan als nietsvermoedende
voorbijganger verrast op een elegante binnenplaats, vaak rijk begroeid met
hedera’s en kleurige klimrozen die tot de hoogste verdiepingen van de palazzi
reiken.
Was en oude
vrouwtjes
Een van de gezelligste wijken van Milaan is het pittoreske
Navigli, aan de zuidkant van het centrum. De wijk ligt rondom de grachten (‘navigli’)
die Leonardo Da Vinci in de vijftiende eeuw ontwierp. Hier doet weinig aan een
miljoenenstad denken. Geen hoge flatgebouwen, maar romantische, okergele huizen.
De wijk is met zijn talrijke barretjes en restaurantjes een populair
uitgaansgebied. Olaf de Groot (26) woont ruim anderhalf jaar in Milaan. In
augustus verhuisde hij van een kamer naar een appartement in Navigli. “We wonen
hier echt op zijn Italiaans,” vindt hij. “In een mooi, oud gebouw met een
binnenplaats met bloemen en planten, waar de was buiten hangt en oude vrouwtjes
hun balkon aanvegen.” Olaf woont met zijn Nederlandse vriend op 35 vierkante
meter en daarvoor betalen ze zo’n duizend euro. “De verhoudingen tussen de
huurprijzen en de salarissen liggen hier volslagen scheef, want de salarissen
liggen hier een stuk lager dan in Nederland. Maar als we Milanezen op bezoek
krijgen, vertellen ze ons hoe goedkoop we wonen! We hadden ook voor een
goedkopere woning kunnen kiezen. Maar dan kom je in een buitenwijk terecht, waar
tachtig procent van de gebouwen uit hoge, grijze blokken bestaat en waar afval
en oude auto’s het straatbeeld domineren.”
Kinderen
Expats met kinderen kiezen vaak voor een woning buiten de
stad. Milaan heeft weinig gebieden waar kinderen ongestoord kunnen spelen.
Mirjam Buitelaar (35) is voor haar gezin op zoek naar een huis in of rond het
aangrenzende Monza. Haar man werkt voor een Nederlands bedrijf en werd in
januari na vier jaar Chicago naar Milaan uitgezonden. Ze wonen tijdelijk op de
twintigste verdieping van een flatgebouw in het centrum. Niet echt ideaal voor
hun kinderen van 3 jaar en 4 maanden vindt Mirjam. “Er zijn in Milaan maar
weinig speeltuintjes. En een huis met een tuin is hier bijna niet te vinden en
al helemaal niet te betalen.”
Milieuvervuiling
Een van de redenen waarom Mirjam in Monza naar een huis
zoekt is de internationale school die daar is gevestigd. Om dezelfde reden wonen
veel expats die maar tijdelijk in Italië zijn in Varese, waar de Europese school
is gevestigd, en in Como, dat een internationale school huisvest. Varese en Como
liggen beide in het merengebied ten noorden van Milaan. Mensen met kinderen gaan
er ook wonen om aan de enorme luchtvervuiling van Milaan te ontkomen. Milaan
kwam de afgelopen jaren bij metingen verschillende malen als meest vervuilde
stad van Europa uit de bus. Volgens wetenschappers is de vuile lucht die mensen
er op een dag inademen gelijk aan het roken van 15 sigaretten. Bijna
onafgebroken is de stad overdekt met een grijze koepel van smog, die al vanaf
grote afstand zichtbaar is. Door een systeem van targhe alternate
(afwisselende nummerborden) gaat het stadsbestuur de strijd aan met de
vervuiling. In perioden van grote vervuiling mogen op even dagen alleen auto’s
met even nummerborden in de stad rijden, op oneven dagen alleen auto’s met
oneven nummerborden. Daarnaast kondigt het stadsbestuur regelmatig autoloze
zondagen af.
Stijl
Veel Milanezen hebben een buitenhuis. Doordeweeks wonen ze
in een appartement in de stad, in het weekend zoeken ze de frisse lucht op in
hun huis aan een van de meren, in de bergen of aan zee. Een tweede huis buiten
de stad sluit ook aan bij de Milanese voorliefde voor status symbolen. Milanezen
houden van stijl en willen dat ook uitstralen. Niet voor niets huisvest Milaan
enkele van de beroemdste modehuizen ter wereld, waaronder Armani en Gucci.
“Milanezen zijn veel meer op mode en uiterlijk gericht dan Nederlanders,”
vertelt Thijs. “Ze maken hier veel grappen over Nederlandse en Duitse toeristen
die met witte sokken in hun sandalen door de stad lopen. Dat kan hier echt niet!
En eigenlijk hebben ze daar ook wel gelijk in.” Zelfs de opa’s die met hun
kleinkinderen in de speeltuintjes spelen zien er volgens Mirjam altijd netjes en
verzorgd uit. “Altijd een nette pantalon en een overhemd. Je zult ze er niet
snel slordig bij zien lopen.” Ze woont pas een paar maanden in Milaan maar de
waarde die de mensen er aan hun uiterlijk hechten werd haar direct duidelijk.
“Toen wij op zoek waren naar een woning hebben we heel wat appartementen gezien.
De mensen zien er perfect uit, hun woningen vaak vreselijk. Ze geven hun geld
blijkbaar liever uit aan kleding en zonnebrillen dan aan hun huis.”
Harde werkers
Maar de nieuwste collectie van de Milanese modeontwerpers,
een dure zonnebril, een grote auto en het meest geavanceerde mobieltje kosten
geld. Milanezen staan in Italië dan ook bekend als harde werkers. Olaf had
inderdaad niet verwacht zulke lange dagen te maken. Hij is promovendus aan de
privé-universiteit Bocconi, die wereldfaam geniet op het gebied van economische
en financiële studies. “Ze beginnen hier ’s ochtends iets later, maar werken dan
ook tot acht of negen uur ’s avonds door. Je ziet het ook aan de files. In
Nederland zit je rond vijf uur in de spits. Hier is dat tussen zeven en acht.”
Obsessie met eten
Er zijn volgens Olaf talloze cultuurverschillen tussen hem
en zijn Italiaanse collega-promovendi. Het opvallendste vindt hij de Italiaanse
obsessie met eten. “Nederlanders vinden iets lekker of niet. Maar Italianen
hebben echt een mening over eten en weten je precies te vertellen waarom het
eten uit hun geboortestreek beter is dan dat uit andere streken. Ze hebben een
echte eetcultuur vol vele ongeschreven regels. Zo kun je pesto bijvoorbeeld echt
niet zomaar met iedere soort pasta eten, maar alleen met spaghetti. Dat kent
Nederland niet.” Een ander verschil werd duidelijk toen Olaf besloot kerst met
zijn vriend in Milaan te vieren. “Iedereen vroeg wanneer ik naar huis ging. Ze
waren geshockeerd toen ik vertelde dat ik in Milaan bleef. Komt je familie
hierheen? vroegen ze. Ze snapten niet hoe ik het in mijn hoofd haalde om de
kerst zonder mijn familie door te brengen.”
Meren, skipistes
en zee
De meeste buitenlanders vinden Milaan niet mooi en ook niet
schoon. Wat het voor de meeste toch aantrekkelijk maakt is de ligging. In een
half uur zit je aan het schilderachtige Comomeer of sta je op de skipiste en in
anderhalf uur zit je aan de Middellandse Zee. Met de auto rij je in een dag naar
Nederland en vanaf het nabij gelegen vliegveld Orio al Serio vlieg je met Ryan
Air of Transavia in anderhalf uur tegen een voordelig tarief naar Amsterdam of
Eindhoven.
International
sfeer
Maar de stad is ook populair om de internationale sfeer.
Het aantal expats uit de hele wereld is groot en groeiende. Er wonen ruim
twintig duizend buitenlanders uit de Europese Unie en zeventienhonderd uit
Noord-Amerika. Er zijn Europese, Amerikaanse, Britse, Franse, Zwitserse,
Zweedse, Japanse en internationale scholen. Daarnaast is er een Amerikaans
medisch centrum met huis- en kinderartsen en een internationale kliniek met
Engelstalige huisartsen, tandartsen en medisch specialisten. Er zijn vier
Engelstalige bioscopen, verschillende internationale boekwinkels en talrijke
expatclubs.
Nederlanders
Nederlanders in en om Milaan kunnen elkaar onder meer
ontmoeten tijdens de borrels van NLBorrels. Die vinden een keer per maand plaats
en verder met feestdagen en voetbalwedstrijden. Gemiddeld komen er zo’n vijftig
mensen per avond op af. “Een heel gevarieerd publiek zowel qua leeftijd als qua
achtergrond,” vertelt Edgar Hütte, organisator van de borrels. “Het grootste
deel bestaat uit hoger opgeleiden tussen de 25 en 40 jaar die in het Milanese
bedrijfsleven werken. De meeste wonen hier pas enkele jaren, maar er zijn ook
vaste borrelaars die al tien of vijftien jaar in Milaan wonen.” NLBorrels is
geen Nederlandse club. De borrels staan voor iedereen open en er zijn geen
verplichtingen. Ook de Nederlandse Vereniging Noord-Italië organiseert
maandelijks een borrel. De Benvenuto Club, een internationale club voor
expatvrouwen, heeft ook een aantal Nederlandse leden.
Verblijfsvergunning
Een belangrijk onderwerp van gesprek is het verkrijgen van
een verblijfsvergunning. Ook burgers uit EU-lidstaten moeten deze aanvragen. De
traagheid en het gedrag van ambtenaren is een van de grootste ergernissen onder
buitenlanders. De Italiaanse bureaucratie staat bekend om zijn logheid, maar de
meeste Nederlanders kunnen zich er nauwelijks een voorstelling bij maken. Tot ze
met de neus op de feiten worden gedrukt. “Ik probeer al een half jaar mijn
verblijfsvergunning te verlengen,” vertelt Olaf. “Ik ben al zeker tien keer bij
de vreemdelingenpolitie geweest. Je mag er niet naar binnen maar moet samen met
honderden andere buiten wachten. Dat kan wel drie uur duren. Ze maken de ene
fout na de andere, waardoor je een maand later weer terug moet komen en weer
uren buiten staat te wachten.” Mirjam en haar man hebben iemand van een bureau
voor expat relocation ingeschakeld om hen te helpen. “Er is geen touw aan
vast te knopen,”vertelt ze. De ene ambtenaar zegt dit, de andere dat. En in een
andere gemeente kan het weer helemaal anders zijn.” Daar komt bij dat het zelfs
bij de vreemdelingenpolitie moeilijk is een ambtenaar te vinden die Engels
spreekt. Minimale kennis van de Italiaanse taal is daarom onmisbaar.
Sociale contacten
Ook om sociale contacten op te bouwen met Italianen is
beheersing van de taal essentieel, want maar weinig spreken er Engels. Toch
blijft het moeilijk om een echte vriendschap op te bouwen met Milanezen, vinden
veel buitenlanders. Ze zijn vriendelijk en behulpzaam en staan voor je klaar als
je iets nodig hebt, maar laten je niet snel toe in hun huis en hun privé-leven.
Veel Nederlanders omschrijven vriendschappen met Italianen als oppervlakkig.
Thijs heeft vooral contacten met Italianen. “Het is redelijk makkelijk om
contact te leggen. Iedereen is al snel je vriend. Maar de meeste vriendschappen
zijn oppervlakkig. ‘Uit het oog, uit het hart’ is op Italianen erg van
toepassing.” Dat vindt ook Olaf. “Het is gezellig als je samen bent, maar als je
elkaar even niet ziet, hoor je ook niets meer van ze.”
Leuke plekjes
Ook al is Milaan niet de mooiste stad van het land, leuke
plekjes zijn er genoeg. Een plaats waar iedereen graag lijkt te komen is het
Parco Sempione. Ooit was dit de tuin van het kasteel van de machtige familie
Sforza, die tijdens de Renaissance over Milaan heerste. Leonardo da Vinci werkte
er eind vijftiende eeuw aan het hof. Hij ontwierp onder meer verdedigings- en
waterwerken en schilderde Het laatste avondmaal in de kerk Santa Maria
delle Grazie. Thijs vertelt dat hij ’s zomers graag een biertje drinkt in het
park. En ook Mirjam komt er graag. “Het is een leuke plek voor kinderen. Je kan
er gezellig wandelen, er zijn speeltuintjes en een kleine kermis en je kunt er
wat eten,” vertelt ze. Olaf komt vooral graag op de maandelijkse antiekmarkt
langs de grachten van zijn wijk en op het dak van de Dom. “Je hebt daar prachtig
uitzicht over de stad. Het een ideale plaats om lekker in de zon te liggen en
een boekje te lezen.” Een andere favoriet van zowel Milanezen als buitenlanders
is de aperitivo, het borreluurtje na werktijd. De prijs van de drankjes gaat dan
omhoog naar zo’n 6 euro, maar er mag dan onbeperkt worden gegeten van de vele
soorten snacks en hapjes die op de bar staan uitgestald.
Draai vinden
Mirjam moet haar draai nog vinden in Milaan. Olaf en Thijs
voelen zich er inmiddels goed thuis. “Ik hou van grote steden,” zegt Olaf. “Soms
loop ik op straat en denk ik: ik loop in een wereldstad, hier woon ik en hier
weet ik de weg. Dat maakt me blij.” Thijs had niet gedacht dat het zo lang vol
te houden in Milaan. “Ik ben nooit zo’n avonturier geweest. Als ik niet verliefd
was geworden op een Italiaanse zou ik nooit uit het veilige Nederland zijn
weggegaan. Het verrast me dat ik hier toch wel op mijn plek zit.”
Miljoenenstad
maar toch typisch Italiaans
In de dertiende eeuw was Milaan met 200.000 inwoners de
grootste stad van Europa. Tegenwoordig is het een metropool met 4 miljoen
inwoners waarvan er bijna 1,5 miljoen binnen de stadsgrenzen wonen. Milaan is
niet meer de grootste maar wel nog steeds de belangrijkste stad ten zuiden van
de Alpen. Het is de meest internationale stad van Italië, maar toch typisch
Italiaans.
Fleur de Ron Zanini, maart 2007
Gepubliceerd in Ajuus
Magazine, nr.4, juli/augustus
2007
Meer informatie
over wonen en werken in Italië vind je ook op
Italie da vivere
Meer informatie
over wonen en werken in Italië vind je ook op
Italie da vivere
|