|
Meester vioolbouwer in de stad van
Stradivarius
Uit de radio klinkt klassieke muziek. Op de planken van
een grote houten kast liggen violen in verschillende fasen van hun
creatieproces. Andere hangen aan een lijn die voor twee planken met honderden
potjes hars en lak is gespannen. Voor het open raam met uitzicht op de tuin zit
meester vioolbouwer Mathijs Heyligers gebogen over een viool die een
spoedrestauratie ondergaat. Heyligers is al ruim dertig jaar vioolbouwer in
Cremona, de stad van Stradivarius en wereldhoofdstad op het gebied van de
vioolbouw.
Als 17-jarige jongen verhuisde Heyligers van zijn ouderlijk
huis in Amstelveen naar een studentenkamer in het Noord-Italiaanse Cremona. Hij
wilde vioolbouwer worden en in Cremona zat daarvoor een van de meest
gerenommeerde instituten ter wereld. “Ik ben heel vroeg begonnen met
vioolspelen. Ik kwam daardoor als klein kind al bij vioolbouwers over de vloer.
Hun werk fascineerde me en toen ik ouder werd leek het de ideale combinatie van
mijn hobby’s muziek, tekenen, houtbewerken en beeldhouwen. De vioolbouw is een
vak dat me helemaal pakt. Na dertig jaar is er eigenlijk nog steeds niets dat ik
met tegenzin doe. Ik vind het heerlijk om rustig in mijn atelier aan mijn
instrumenten te werken.”
Topinstrumenten
De instrumenten die Heyligers maakt gaan de hele wereld
over. Via vertegenwoordigers op alle continenten verkoopt hij zijn instrumenten
aan muziekwinkels en van heinde en verre komen bekende en minder bekende
beroepsviolisten naar Heyligers’ atelier in Cremona om een instrument te laten
maken of restaureren. Itzhak Perlman is daarvan de bekendste. Maar ook de
Nederlandse Janine Jansen en Ruggiero Ricci en Shlomo Mintz behoren tot zijn
klantenkring. Alle ‘meesterinstrumenten’, de topviolen uit het atelier van
Heyligers, zijn volledig door hem zelf gemaakt. Andere violen, de
‘atelierinstrumenten’, worden deels, onder het toeziend oog van de meester, door
zijn assistenten gemaakt, zelf overigens ook stuk voor stuk afgestudeerde en
volleerde vioolbouwers. De laatste verfijningen, het zetten van de zangbalk, het
sluiten van het lichaam en het lakken van het instrument doet Heyligers altijd
zelf. Heyligers maakt zelf ongeveer 8 tot 10 nieuwe instrumenten per jaar, zijn
assistenten eenzelfde aantal. Daarnaast restaureert hij antieke instrumenten.
Niet alleen violen en altviolen, maar ook cello’s, waarvan hij een
prachtexemplaar uit het begin van de zeventiende eeuw in zijn atelier heeft
liggen.
Stradivarius
Heyligers’ atelier is gevestigd in het centrum van Cremona
op een paar honderd meter afstand van het huis waar Stradivarius ooit zijn
atelier had. Hij heeft verschillende instrumenten van de grootmeester in handen
gehad voor restauratie, maar gelooft niet in het ‘geheim van Stradivarius’,
waarover steeds weer nieuwe theorieën de ronde doen. “Stradivarius is 94
geworden en hij is tot zijn dood bezig geweest met de vioolbouw. Hij heeft zich
dus zo’n 80 jaar kunnen bekwamen in het vak. Hij heeft meer dan duizend
instrumenten gemaakt, waarvan er nu nog zo’n 550 bestaan. Daarnaast was
Stradivarius een soort ondernemer. Hij had een groot atelier met veel
assistenten. In de ‘gouden periode’ van zijn leven (ca. 1700-1715) werkte bijna
iedere vioolbouwer in Cremona voor hem. En hij maakte niet alleen violen, maar
ook strijkstokken, gitaren, harpen en alle benodigde accessoires tot de slotjes
van zijn vioolkisten toe.” Stradivarius is de bekendste, maar niet de enige
grootmeester in het vak. Dat hij niet te evenaren is, zoals vaak wordt
verkondigd, vindt Heyligers dan ook licht overdreven. “Andere Cremonese
vioolbouwers zoals de Amati’s en de Guarneri’s waren van hetzelfde kaliber en
Jacob Stainer werd in zijn tijd zelfs hoger gekwalificeerd.”
Europeaan
Heyligers is getrouwd met een Italiaanse - die de enige Bed
& Breakfast in de stad runt - en heeft twee kinderen die allebei zowel de
Nederlandse als de Italiaanse nationaliteit bezitten. “Ik had voor mijn kinderen
op een Europees paspoort gehoopt, maar helaas is het zover nog niet,” vertelt
hij. Zelf is Heyligers Nederlander gebleven. “Ik heb vanaf het begin de behoefte
gevoeld me aan te passen aan het land waar ik te gast was. Ik heb nooit de
Hollander willen uithangen. Maar ik heb me ook nooit anders willen voordoen dan
ik ben. Sommige buitenlandse vioolbouwers die zich in Cremona vestigen
veranderen hun naam in een Italiaanse, meestal voor marketingdoeleinden. Ik heb
daar nooit voor gevoeld, ook al hebben Italianen moeite met het uitspreken van
mijn naam. Meer dan Nederlander of Italiaan voel ik me eigenlijk vooral
Europeaan.”
Inspiratie
Heyligers heeft geen plannen om definitief terug te gaan
naar Nederland. De rijke culturele geschiedenis van Italië en van de stad waar
hij al ruim drie decennia woont inspireren hem. “Cremona heeft zestig duizend
inwoners en honderdvijftig beroepsvioolbouwers”, vertelt Heyligers. “Dat is meer
dan welke stad ook. Zelfs New York heeft er niet zoveel. Daarnaast telt de
vioolbouwschool zo’n honderd leerlingen en zijn er rond de honderd amateurs.
Cremona is absoluut de wereldhoofdstad op het gebied van de vioolbouw. Het
niveau ligt nergens zo hoog als hier.” Maar ook de stad zelf inspireert hem.
“Als ik naar huis fiets rijd ik vaak expres een stukje om door de middeleeuwse
straten en langs de schitterende twaalfde eeuwse kathedraal, waar niet alleen
Stradivarius regelmatig kwam, maar waar ook Monteverdi in de leer was bij de
kapelmeester. Cremona is een stad boordevol muziekcultuur en dat ik daar mijn
inspiratie uit mag putten vind ik een groot voorrecht.”
|
Cremonese traditie
Heyligers bouwt zijn violen volgens de ‘Cremonese
traditie’, de klassieke methode die ook Stradivarius en zijn Cremonese
tijdgenoten gebruikten. Niet alleen de techniek, maar ook het type hout en het
recept van de lak zijn dezelfde als die van drie eeuwen geleden. De violen
worden gemaakt met behulp van een binnenmal waardoor de randen heel dun gehouden
kunnen worden, wat van grote invloed is op de klank. Ook kan de kwaliteit van de
instrumenten zo worden gereproduceerd. Het bovenblad wordt nog steeds gemaakt
van sparrenhout uit de Val di Fiemme in de Dolomieten. De ahorn, waaruit de rest
van de viool bestaat, komt uit Bosnië. Het hout is pas geschikt voor gebruik als
het na de kap minstens 20 tot 40 jaar heeft kunnen drogen. Ook tijdens de bouw
van het instrument moet het hout na iedere fase rusten. Het hele bouwproces van
een topviool vanaf de bestelling tot de levering duurt ongeveer een jaar.
|
www.heyligerscremona.com (Heyligers’ website)
www.cremonaliuteria.com (Vioolbouwconsortium Cremona)
www.scuoladiliuteria.com (Internationale vioolbouwschool Cremona, Istituto
Professionale Internazionale per l’Artiginato Liutario e del Legno ‘A.
Stradivari’, I.P.I.A.L.L.)
Fleur de Ron, juli 2006
Gepubliceerd door WereldExpat.nl, 9 augustus 2006 (ga
naar publicatie)
Meer informatie
over wonen en werken in Italië vind je ook op
Italie da vivere
|