FdRZ

 

 

  FLEUR DE RON ZANINI, journalist in Italië                                   

  journalistiek - communicatie - online marketing - webdesign 

 
Home  

  

  

Journalistiek  
Communicatie & marketing  
Artikelen  
Fotografie  
Opdrachtgevers  
Biografie  
Contact  
 

Contact

 

Fleur de Ron Zanini

Gallarate / Milaan (Italië)

fleur@deronzanini.com

'(+39) 328 0868564

 

 

 
     

Recente publicaties

 

Olijfolie, het groene goud        

Al duizenden jaren wordt de olijfboom als heilig beschouwd en speelt hij een hoofdrol in de geschiedenis. De olijfboom kan eeuwenoud worden en zorgt dan nog voor een rijke oogst. En voor olie die mediterrane gerechten nog smakelijker maakt en ook nog goed is voor de gezondheid.

Midden in de gezellige wijk Testaccio, in het centrum van Rome, ligt de Monte Testaccio. Een heuvel van 49 meter hoog met een omtrek van een kilometer. Een opvallend verschijnsel, dat wel, een soort achtste heuvel van Rome. Maar op het eerste gezicht niets bijzonders. Je loopt er nietsvermoedend langs, afgeleid door de vele barretjes en restaurantjes die om de heuvel heen liggen. Toch is de Monte Testaccio is een uniek monument. Het is een enorme hoop kapotgeslagen Romeinse kruiken. Op sommige plaatsen zie je tussen de bomen en struiken nog de opgestapelde terracotta scherven liggen. De berg ligt aan de Tiber, precies waar ten tijde van het Romeinse Rijk de Porticus Aemilia lag, de binnenhaven van Rome. Hier werden vanuit de zeehaven Ostia in de loop van de eeuwen miljoenen kruiken met zo’n 225 miljoen liter olijfolie aangevoerd. Romeinse havenarbeiders goten de olie voor de hoofdstad over in grote vazen en sloegen deze op in magazijnen. De kruiken waarin de olie was aangevoerd konden maar eenmaal worden gebruikt door het snelle bederf in de poreuze terracotta kruiken. Een rijksdecreet bepaalde daarom dat de gebruikte oliekruiken in stukken moesten worden geslagen en op een grote hoop worden gegooid. Die hoop is nu de Monte Testaccio, de ‘kruikenberg’, ook wel de Monte dei Cocci, de ‘schervenberg’, genoemd.

Via het Midden-Oosten en Griekenland naar Italië

De kennis en kunde van het verbouwen van olijfbomen en het persen van olie uit de vruchten is al duizenden jaren bekend. De olijfboom komt oorspronkelijk uit het Midden-Oosten. Archeologen vonden in het huidige Israël resten olijfolie van 6000 jaar geleden. Waarschijnlijk werd de olijfboom hier voor het eerst verbouwd vanwege de olie. De olie werd toen vooral gebruikt voor purificatie- en wijdingsrituelen. Koningen, profeten en priesters werden ermee gezalfd. Rond 3000 voor Christus verspreidde de olijvenbouw zich ook over Griekenland. De olijfboom kreeg daar een hoofdrol in de klassieke mythologie. Volgens die mythologie kwam de Atheense stadstaat voort uit één olijfboom, die de godin Athene op de Acropolis had geplant. De olijfboom was daarom heilig voor de Grieken. Op het omhakken ervan stond aanvankelijk zelfs de doodstraf. Later stelde de wet zich tevreden met verbanning of inbeslagname van het gehele bezit. Talloze gedecoreerde Griekse vazen laten zien hoe de olie onmisbaar werd in de Griekse gymzalen. Daarnaast werd de olijfolie in deze tijd een belangrijk onderdeel van de dagelijkse voeding. Volgens de Atheense wet had iedere vrije burger recht op 55 liter olijfolie: 30 voor de verzorging van het lichaam, 20 voor het bereiden van voedsel, 3 voor olielampen en 2 voor religieuze riten en als medicijn tegen verschillende kwalen. Rond 1300 voor Christus begonnen Miceners en Feniciërs met de export van de olie naar Magna Grecia, de Griekse koloniën in Zuid-Italië, Sicilië en Sardinië. Het werd een van de meest gewilde producten en al snel gingen samen met de olie ook kiemen van de boom en over het onderhoud ervan richting het Italiaanse schiereiland. Heel Zuid-Italië raakte in korte tijd bedekt met de zilveren gloed van duizenden olijfgaarden.

Economische en politieke voorspoed

Net als eerder in Griekenland, zorgde de olijvenbouw ook in Italië voor economische en politieke voorspoed. De boom speelde een belangrijke rol in de opkomst van de Romeinse beschaving. Olijfgaarden verspreidden zich, waar het klimaat dit toeliet, over het hele Romeinse Rijk. Zo werden Ligurië en het Gardameer toen al belangrijke olijfoliestreken. Olijfolie was in het oude Rome een essentieel onderdeel van het dagelijks leven. Men bracht er het eten mee op smaak, gebruikte het als lichaamsbalsem en shampoo en liet er olielampen en verwarmingen op branden. Daarnaast schreven artsen de olie - en vaak ook de blaadjes en bloemen - voor tegen allerlei kwalen. Olijfolie was tegelijkertijd voedingsmiddel, energiebron, zeep en geneesmiddel. Het was een basisbehoefte waarop zelfs armen en slaven recht hadden. Romeinse geleerden schreven boeken over het verbouwen van de bomen en het persen van de olie. De beste olijfolie was volgens hen intens van kleur en gemaakt van olijven die uit de boom waren geplukt voordat ze op de grond vielen. De handel in olijfolie werd al snel een ware industrie. Er ontstond een beroepsgroep van oliehandelaren die op een oliebeurs, l’arca olearia, onderhandelden, kochten en verkochten. Vrachtschepen vol olijfolie voeren de Romeinse havens af en aan. De olie werd ‘groen goud’, een betaalmiddel waarmee bijvoorbeeld de Romeinse provincies hun belastingschuld aan Rome konden aflossen. Toen het Romeinse Rijk in de zesde eeuw viel, stortte ook de olijfoliehandel volledig in elkaar. Graan en wijn werden steeds belangrijker en verdrongen de olijfbomen van de vruchtbare gronden. In de Middeleeuwen waren er alleen rondom kloosters nog olijfgaarden te vinden. De olie diende vooral de kerkelijke liturgie, maar in de kloosters werd volop met de bomen geëxperimenteerd en het is hieraan te danken dat de olijfboom tijdens de Italiaanse Rinascimento na duizend jaar van vergetelheid een comeback beleefde.  

Kwaliteit

Romeinse geschriften over oogst en persing werden aan het eind van de Middeleeuwen weer uit de kast gehaald en over het hele Italiaanse schiereiland schoten nieuwe olijfgaarden als paddestoelen uit de grond. Naast de traditionele gebieden ontstonden er verspreid over heel Italië nieuwe olijfoliestreken, waarvan Toscane het meeste succes zou hebben. De Venetiaanse Republiek herontdekte de olie als waardevol exportproduct. Italië werd in korte tijd een van de grootste olijfolieproducenten van het Middellandse Zeegebied. In de loop van de eeuwen kwam er ook steeds meer aandacht voor de kwaliteit van het product. Moderne landbouwkundigen en botanici besteden er sinds de achttiende eeuw uitgebreide studies aan. Kwaliteit werd het visitekaartje van de Italiaanse olijfolie. Niet voor niets kreeg een olijfolie uit het Zuid-Italiaanse Bari als eerste het officiële EU-kwaliteitskeurmerk D.O.P. (Denominazione di Origine Protetta) toegewezen.

Grootste olijfolieproducent

Italië is tegenwoordig de grootste olijfolieproducent ter wereld. Internationaal verwierf vooral de Toscaanse olie faam. Maar ook Puglia, Umbrië, Ligurië en het Gardameer brengen enkele van de beste olijfolies voort. Iedere streek heeft zijn eigen eeuwenoude tradities rondom het moment en de manier waarop de olijven geoogst en vervolgens geperst moeten worden. Samen met onder meer de grond en het klimaat waarin de olijfbomen groeien en de deskundigheid waarmee zij worden onderhouden, zorgt dit ervoor dat iedere streek een heel eigen olie voortbrengt met een karakteristieke smaak, geur en kleur. Een olijfolie van de uitgestrekte rode vlakten in het Zuid-Italiaanse Puglia is duidelijk onderscheidbaar van een olie van de groene terrassen in de bergen van het Noord-Italiaanse Ligurië. In het algemeen heeft een Noord-Italiaanse olie een lichtere smaak, geur en kleur, terwijl een Zuid-Italiaanse olie intens en rijp is.

Mediterraan dieet

Italië is ook de grootste consument van olijfolie. Samen gebruiken de 58 miljoen inwoners van het land zo’n 700 duizend ton olijfolie per jaar, gemiddeld een liter per persoon per maand. Het liefst crudo (‘rauw’, rechtstreeks uit de fles), want dan heeft de olie de meeste smaak en bevat het de meeste voedingsstoffen. Het maakt deel uit van het dieta mediterranea, dat al duizenden jaren het traditionele voedingspatroon is in het Middellandse Zeegebied. Dit ‘dieet’ bestaat uit de dagelijkse consumptie van pasta, rijst of brood, zuivelproducten, verse groenten en vers fruit, vis en een ruime hoeveelheid rauwe olijfolie om dit alles op smaak te brengen. Enkele malen per week wordt de vis door wit vlees vervangen, enkele malen per maand door rood vlees. Olijfolie wordt ook gebruikt om in te bakken, maar verliest daarmee een deel van zijn voedingswaarde. De voordelige effecten van olijfolie op de gezondheid zijn al duizenden jaren bekend maar zijn de laatste jaren ook door de moderne wetenschap bevestigd. Dagelijkse consumptie zorgt voor een afname van het slechte cholesterol in het lichaam en voor een toename van het goede cholesterol. Het vermindert de kans op een hartinfarct, aderverkalking, blindendarmontsteking, galblaasontsteking en verschillende tumoren.

Frantoio

Italianen halen de olie het liefst rechtstreeks bij de frantoio, de olijfpers. Zo weet je vrijwel zeker waar de olijven vandaan komen en op welke manier ze zijn bewerkt. Vroeger had bijna  iedere familie met een beetje olijfgaard een eigen pers. Maar sinds de moderne techniek ook de frantoio is binnengedrongen is het aantal afgenomen en heeft ieder dorp nog een of enkele persen. Hier komt in het oogstseizoen het hele dorp samen. De oogst vindt plaats tussen november en maart, afhankelijk van de streek. De olijven worden meestal geplukt of uit de boom geschud (tegenwoordig vaak met een speciaal schudapparaat) en in netten onder de bomen opgevangen. Na de oogst moeten de olijven zo snel mogelijk worden geperst. Het liefst binnen 24 uur om te voorkomen dat de zuurgraad, die voor een belangrijk deel de kwaliteit bepaalt, van de olie stijgt. Eenmaal in de frantoio aangekomen worden blaadjes, takjes en zand weggeblazen en de olijven gewassen. Daarna worden de olijven geplet en tot een homogene pasta gewreven. Deze pasta bevat ongeveer 20 procent olie, de rest is water en pit. Door centrifugeren wordt de olie uit de pasta gehaald. Ten slotte worden de laatste onzuiverheden, die na enige tijd kunnen gaan oxideren of gisten, uit de olie gefilterd. Voor 1 liter olie is ongeveer 5 kilo olijven nodig. Eén olijfboom levert per jaar tussen de 15 en 40 kilo olijven op.

Onsterfelijk

De olijfboom lijkt onsterfelijk. Een omgehakte olijfboom schiet binnen de kortste vanzelf weer uit en is binnen enkele tientallen jaren weer een volwassen boom. Een olijfboom kan duizenden jaren oud worden. Sommigen beweren dat enkele van de olijfbomen op de Olijfberg in Jeruzalem er al stonden toen Jezus er na het laatste avondmaal werd gearresteerd. In Italië is met name de Zuid-Italiaanse regio Puglia beroemd om zijn talrijke olivi millenari, duizendjarige olijfbomen. Maar ook de Italiaanse olijfoliecultuur lijkt onsterfelijk. Het verbindt het huidige Italie met dat van duizenden jaren geleden. De productiewijze in de frantoi is nauwelijks veranderd. De ronde stenen waartussen de olijven worden geplet worden niet meer door een ezel rondgetrokken maar door machines aangedreven. Maar het zijn nog steeds dezelfde ronde stenen als tijden terug. De modernisering heeft geen wezenlijke veranderingen veroorzaakt. Olijfolie is een puur product dat onmisbaar is in de Italiaanse voedingscultuur. De olijfboom is in Italië zonder twijfel nog steeds heilig.

DOP, IGP of biologisch

In 1992 begon de Europese Unie met het toekennen van kwaliteitskeurmerken aan agrarische voedingsproducten, waaronder de Italiaanse olijfolie. De D.O.P. (Denominazione di Origine Protetta) en I.G.N. (Indicazione Geografica Protetta) staan voor een bepaalde werkwijze bij de verwerking van de olijven tot olijfolie. De D.O.P. is de belangrijkste van de twee. Het garandeert de consument dat de olie voor 100% bestaat uit olijven uit de genoemde streek en dat ook het gehele productieproces in deze streek heeft plaatsgevonden. Een Garda D.O.P. is dus volledig van de olijf tot de olijfolie aan het Gardameer geproduceerd. Dit keurmerk zorgt ervoor dat de consument een Italiaans kwaliteitsproduct kan onderscheiden van een olie die weliswaar een Italiaanse naam draagt en een etiket met een Toscaans landschap, maar in werkelijkheid is gemaakt van een mix van olijven van onbekende herkomst. Een onafhankelijke inspecteur controleert de D.O.P.-olies van olijfgaard tot de persing en de verpakking van het product. Acht officiële proevers testen de olie op geur, smaak en kleur. De I.G.P. garandeert dat minstens een van de fasen van het productieproces in de genoemde geografische streek heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat een Toscaanse olie met een I.G.P.-keurmerk bijvoorbeeld is gemaakt van olijven uit Toscane maar vervolgens elders is geperst of, andersom, dat de olie alleen in Toscane is geperst terwijl de olijven uit een andere streek komen. Daarnaast is er olijfolie da agricoltura biologica. Deze biologische olijfolie is in Italië sterk in opkomst. Voor het maken van deze olijfolie worden alleen natuurlijke middelen gebruikt. Er wordt geen gebruik gemaakt van chemische of genetisch gemodificeerde bestanddelen en de olie wordt ook niet bestraald.

Kader

Noord-, Midden- of Zuid-Italiaanse olie

De ene olie is de andere niet. Het klimaat en de grond waarin de olijfbomen groeien bepalen bijvoorbeeld voor een belangrijk deel het resultaat. De Italiaanse olijfolie is daarom heel globaal onder te verdelen in Noord-, Midden- en Zuid-Italië. Olie uit Ligurië en het gebied rondom het Gardameer ziet er meestal wat troebel uit, is goudgeel of lichtgroen van kleur en heeft een zoete, zachte en delicate smaak. De olijfolie uit Midden-Italië (Toscane, Umbrië, Abbruzzo, Lazio) is helder en neigt naar een groene kleur. De olie heeft een fruitige, intense olijvensmaak die licht bitter kan zijn. Zuid-Italiaanse olie is goudgeel van kleur en is dikker. De olie heeft een sterke geur en een rijpe, uitgesproken smaak, die soms licht pikant is.  

Kader

Olijven eetbaar maken

Olijven zijn niet direct uit de boom eetbaar. Om ze eetbaar te maken moeten de olijven eerst 1 à 2 weken in water liggen dat iedere dag ververst moet worden. Vervolgens dienen de olijven tweemaal 1 à 2 maanden in salamoia (water met zeezout, gekookt en volledig afgekoeld) te worden bewaard. Tussen het eerste en tweede salamoia-bad moeten de olijven goed gewassen worden. Aan de salamoia kunnen kruiden worden toegevoegd om de olijven een extra smaakje te geven.

Fleur de Ron, 29 april 2006

Gepubliceerd in De Smaak van Italië, nummer 2, 2007

Meer informatie over wonen en werken in Italië vind je ook op Italie da vivere

 

Godenvoedsel (Bellagio)

   

Il biscione, bloeddorstig symbool van Milaan (Bellagio)

   

Milaans Eiffeltorenmoment (Bellagio)

   

De woonkamer van Milaan (Bellagio)

   

Tavolate en Gonzaga in Mantua (Italie Magazine)

   

La dolce vita met een Oostenrijks tintje (Ajuus)

   

Recente webcreaties

   

Gianluca Zanini radioloog

   

Bogers Beroepscoaching

   

Giorgia Italiaanse mode-accessoires

   

Italie da vivere

   

Milan Expat

   

Olanda turismo

   
 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
   

 

   

links | © Fleur de Ron Zanini