|
Agriturismo: ideale inkomstenbron voor een stukje Italiaans paradijs
Steeds meer mensen die het
gehaast in Nederland zat zijn vinden hun stukje paradijs op het Italiaanse
platteland, waar de mensen nog tijd hebben voor een praatje, de lucht niet naar
uitlaatgassen maar naar olijven ruikt en de kinderen volop de ruimte hebben. Een
agriturismo lijkt de ideale inkomstenbron.
Eigenlijk bestaat het al
eeuwen. Boeren die reizigers een slaapplaats bieden in een stal of op een
hooizolder. Het was een teken van gastvrijheid en voor gastvrijheid vroeg je
geen geld. Pas toen de Italiaanse boeren het in de jaren zestig steeds
moeilijker kregen en tegelijkertijd steeds vaker onderdak boden aan
stadsbewoners op zoek naar rust en frisse lucht, kwamen sommige op het idee een
deel van hun boerderij om te laten bouwen tot gastenverblijf en deze te verhuren
aan toeristen. Geen luxe hotelkamers maar de eenvoud en spontaniteit van het
boerenleven. Voor de inrichting van de kamers werden oude, vaak antieke
familiestukken van zolder gehaald. Voor de maaltijden konden de gasten bij het
boerengezin aanschuiven.
Het bleek een succesformule.
De eenvoud van de natuur en de verse boerderijproducten aan de boeren
keukentafel werden steeds aantrekkelijker. Binnen enkele jaren waren er in
vrijwel heel Italië agriturismi (meervoud van agriturismo, agrarisch toerisme)
te vinden. De combinatie van landbouw en toerisme werkte als een magneet op
mensen die droomden van een rustiger bestaan tussen de wijnranken en olijfbomen
en af en toe een goed gesprek met een interessante gast. Het waren al snel niet
meer alleen boeren die een agriturismo begonnen om hun inkomsten aan te vullen.
Steeds meer mensen wérden boer om vervolgens een agriturismo te openen.
Want dat is eigenlijk de enige echte voorwaarde om een agriturismo te starten:
je moet in de eerste plaats agrarisch ondernemer zijn en dat ook blijven.
Minstens eenenvijftig procent van het bedrijf moet uit agrarische activiteiten
bestaan. Hoe dit percentage wordt berekend verschilt per regio. In Noord-Italië
gaat het over eenenvijftig procent van de totale inkomsten uit het bedrijf,
terwijl in de meeste Zuid-Italiaanse regio’s eenenvijftig procent van de
arbeidstijd aan agrarische activiteiten moet worden besteed. In Toscane moet het
bedrijf een minimum aantal punten hebben, die worden toegewezen per hectare
bewerkte landbouwgrond. Overigens hoef je het agrarische werk niet per se zelf
te doen. Je mag er ook iemand voor in dienst nemen of een agrarische
zakenpartner zoeken.
In de lift
De
agriturismo zit inmiddels al ruim dertig jaar in de lift en het ziet er niet
naar uit dat hieraan snel een einde zal komen. Onder Italianen is het
populairder dan ooit. En voor buitenlandse toeristen is het een concept dat op
punt staat om ontdekt te worden. Veruit de populairste regio voor het starten
van een agriturismo was vanaf het begin Toscane. Hier bevindt zich 25% van de in
totaal 14.000 agriturismi in Italië. Gevolgd door de Noordoostelijke regio
Trentino Alto Adige met circa 15%. Daarnaast zijn in Umbrië en Marche,
buurregio’s van Toscane, de agriturismi (en Bed & Breakfasts) vooral de laatste
jaren als paddestoelen uit de grond geschoten. Meer ruimte voor nieuwe
initiatieven is er in de Noord-Italiaanse regio’s Ligurië en Veneto,
terwijl
heel Zuid-Italië nog vrijwel onontgonnen gebied is,
waar de prijzen voor onroerend goed dan ook nog een heel stuk lager liggen dan
in de rest van het land.
Het
idee van de agriturismo is in volle ontwikkeling. Het is allang niet meer altijd
het eenvoudige soort ‘terug naar de natuur’. Om de concurrentie aan te gaan
begonnen boeren met het aanbieden van allerlei extraatjes: een zwembad,
excursies, kunst- en kookcursussen, wijnproeverijen, sportfaciliteiten of kamers
met een bubbelbad of privé-sauna. Er ontstonden ook agriturismi zonder
overnachtingsmogelijkheden. Die runnen naast hun boerenbedrijf alleen een
restaurant of geven rondleidingen door hun bedrijf met ‘degustazioni’
(proeverijen), waarna bezoekers de boerderijproducten direct van de boer kunnen
kopen (in Italië inmiddels een populair uitje). In sommige regio’s valt ook de
verkoop van zelf geproduceerde ambachtelijke gebruiksvoorwerpen onder de
toeristische poot. Die moeten dan wel op de een of andere manier met de
boerderij in verband staan. Meestal gaat het om flessen- of broodmanden,
aardewerken schalen en wijnkannen of decoratieve spulletjes van olijfhout. Er is
zo een grote variëteit aan agriturismi ontstaan, van boerencampings tot luxe
appartementen, van mee-eten met het boerengezin tot restaurants en van de
verkoop van wijn uit het vat tot boerderijwinkels met een uitgebreid
assortiment.
Alternatief voor B&B
Voor veel Nederlanders is het starten van een agriturismo vooral een interessant
alternatief voor de Bed & Breakfast (B&B), die veel mensen in eerste instantie
als inkomstenbron voor ogen hebben. Het openen van een B&B is in Italië namelijk
vrij eenvoudig. Je hebt er geen vergunning voor nodig en bent voor de fiscus een
particuliere kamerverhuurder en geen bedrijf. Doorgeven aan de gemeente dat je
een B&B bent begonnen is genoeg. Er komt een stuk minder papierwerk aan te pas
en je hebt er in principe niet meer voor nodig dan een huis met enkele kamers
extra.
Maar de kleinschaligheid van een B&B is juist ook zijn grote nadeel. Een B&B mag
maximaal maar drie kamers hebben (behalve in de regio’s Emilia-Romagna en
Abruzzo waar het er vier mogen zijn) voor maximaal zes à acht gasten.
Volgens cijfers van ISNART (Istituto Nazionale Ricerche Turistiche) hebben
toeristische onderkomens in Italië in de topmaanden juli, augustus en september
gemiddeld een bezetting van respectievelijk 64%, 79% en 59%. In de overige
maanden daalt dit percentage tot rond de 40%. Alleen de inkomsten van een B&B
blijken dan ook vaak te laag om van rond te komen.
Een agriturismo biedt meer
mogelijkheden. Het maximale aantal kamers ligt met circa 15, voor een totaal van
30 à 40 gasten, een stuk hoger. Een boerencamping mag ongeveer hetzelfde aantal
gasten ontvangen met een maximum van rond de acht tenten, caravans of campers.
Daarnaast mag een agriturismo in tegenstelling tot een B&B, die zijn gasten
officieel alleen van een eenvoudig ontbijt mag voorzien, ook restaurantservices
aanbieden. Maar het zijn vooral de agrarische activiteiten die een agriturismo
interessant maken. Die zorgen vaak voor een stabiele factor in de inkomsten. De
opbrengst van een oogst is gemakkelijker te voorspellen dan het aantal
reserveringen van de kamers of campingplaatsen. Daar staat natuurlijk tegenover
dat het benodigde startkapitaal voor een agriturismo hoger ligt, waarbij men
moet denken aan een minimum van 750.000 à 800.000 euro, ook al zijn de
verschillen tussen de regio’s (en vooral tussen Noord en Zuid) groot en variëren
de uitgaven voor verschillende agrarische activiteiten sterk.
Italiaanse overheid
De Italiaanse overheid zag in
het succes van de agriturismo vooral een manier om boeren te stimuleren hun
agrarische activiteiten voort te zetten en de leegloop van het platteland tegen
te gaan. Daarnaast bleek het een positieve uitwerking te hebben op het behoud
van het cultureel erfgoed, dat vooral de laatste jaren op de agenda staat.
Karakteristieke, vaak eeuwenoude boerderijen werden met groot enthousiasme
opgeknapt. Midden jaren tachtig kwam er daarom een eerste raamwet - gevolgd door
een aangepaste versie in februari 2006 (Legge 20 febbraio 2006, n.96) - die de
agriturismo definieerde, waardoor er initiatieven ontwikkeld konden worden om de
nieuwe categorie te stimuleren.
De verdere uitwerking van
regels en het ontwikkelen van initiatieven laat de raamwet over aan de regio’s.
Er bestaan daardoor grote verschillen tussen de ene en de andere streek in
Italië. Zowel met betrekking tot mogelijkheden en beperkingen, zoals de regels
over het aanbieden van eten of het maximale aantal kamers of campingplaatsen,
als tot de ontwikkeling van cursussen of de omvang van de subsidiepot.
Belangenverenigingen voor ondernemers in het agriturismo of de regionale
instantie voor agricultuur kunnen vaak een overzicht geven van de belangrijkste
verschillen tussen de regio’s.
Ook overheidssteun is geregeld
in regionale wetten. Voor aan startende ondernemers (in het algemeen) zijn die
er volop. Meestal gaat het om het verlenen van subsidies, financiële
tegemoetkomingen of kredieten. Maar het is niet gemakkelijk om voor deze steun
in aanmerking te komen. Het is meestal een pot met geld en als die leeg is, is
die leeg. In veel regio’s krijgen jonge, vrouwelijke en werkloze ondernemers
voorrang. Daarnaast zijn er specifieke regelingen voor ondernemers met een
agriturismo. In sommige regio’s gaat daarbij de voorkeur uit naar nieuwkomers in
de sector, in andere wordt alleen steun verleend aan boeren die al een bepaald
aantal jaren een agrarisch bedrijf runnen. Meestal is het
hoe dan ook niet iets waar je op kunt rekenen en je kunt het al helemaal niet in
je financieringsplannen voor het starten van een agriturismo opnemen. Wel
kun je rekenen op kortingen op onder meer de loonbelasting en BTW. En in de
meeste regio’s op een behoorlijk aanbod van
cursussen. Voorbereidende cursussen over het starten en runnen van een
agriturismo, die in sommige regio’s verplicht zijn, maar ook cursussen die stap
voor stap ingaan op het verbouwen van de populairste gewassen zoals wijndruiven
en olijven of op activiteiten die soms ineens ‘in’ zijn zoals het houden van
slakken. Vaak zijn de cursussen gratis.
Bureaucratie
Het
beginnen van een agriturismo in Italië is niet gemakkelijk. Italië staat in het
buitenland bekend om zijn slecht werkende bureaucratie. Toch verkijken veel
buitenlanders zich hierop. Het is waarschijnlijk het grootste struikelblok en de
problemen beginnen vaak al bij het aanvragen van een verblijfskaart, die
je nodig hebt om in Italië te wonen. Veel mensen
realiseren zich niet dat het probleem niet zozeer ligt in het invullen
van een oneindige reeks papieren, maar vooral in de manier waarop ambtenaren in
Italië te werk gaan. Het aanvragen van vergunningen is vaak een lange,
frustrerende cyclus van wachten, terugkomen, nog een formulier invullen dat ze
je de vorige keer niet hebben gegeven, weer wachten en weer terugkomen. De
juiste mensen kennen helpt vaak om de procedure te versnellen. Via-via is in
Italië overigens in iedere situatie de meest effectieve manier om iets gedaan te
krijgen. Een bijkomend probleem voor buitenlanders is de zeer beperkte
talenkennis van de meeste Italianen. Ook ambtenaren spreken zelden Engels, zelfs
niet bij de vreemdelingenpolitie. Zo snel mogelijk Italiaans leren is cruciaal
om de bureaucratie door te komen, maar ook om cursussen te volgen en om sociale
contacten op te bouwen.
Olijfolie van je eigen
olijfgaard
Een rustig bestaan op het
Italiaanse platteland komt meestal pas na jaren hard werken. Vooral voor wie
geen ervaring heeft met het runnen van een bedrijf of het verbouwen van gewassen
zijn de eerste jaren niet meer dan een leerproces. Maar wie de stap heeft
gewaagd peinst er maar zelden over om weg te gaan. Want wat is er mooier dan je
kinderen te zien ravotten in je tuin met uitzicht over een prachtig Italiaans
heuvellandschap, de buurman die even een praatje komt maken en vraagt of het
allemaal gaat lukken met de oogst en aan tafel het eten op smaak brengen met
olijfolie van je eigen olijfgaard.
|
Agriturismo Podere l’Aione
Francisca van der Veen (35) kocht in 2001 samen met haar man ‘Podere l’Aione’,
een boerderij in Toscane. “Mijn man droomde al jaren van een eigen wijngaard en
we vroegen ons al een tijdje regelmatig af of de stad waar we woonden wel zo’n
fijne omgeving was voor de kinderen. In 2000 hebben we de knoop doorgehakt. Het
jaar daarna kochten we l’Aione, vijf hectare grond met een boerenhoeve en vier
bijgebouwen en met uitzicht over het natuurgebied Maremma. We lieten een wijn-,
olijf- en fruitboomgaard aanleggen en vorig jaar hebben we de stallen laten
ombouwen tot gastenverblijven. Sindsdien zijn we officieel een agriturismo.”
Francisca en haar man wisten beide vrijwel niets van het verbouwen van wijn of
olijven. “Mijn man heeft toen een wijncursus gevolgd. Die was georganiseerd door
de provincie en gratis voor de deelnemers. Tijdens deze cursus kwamen alle
aspecten van het poten van de druivenplanten tot het bottelen van de wijn ter
sprake.” Verder leer je volgens Francisca vooral met vallen en opstaan. “In het
begin maak je alle mogelijke fouten, maar na een tijdje gaat het zoals het
moet.”
De
Italiaanse bureaucratie was een beproeving. “In Italië moet je voortdurend
achter alles aan. Zo’n kantoor waar ze vergunningen behandelen ligt letterlijk
vol met stapels dossiers. Als je langsgaat om te vragen hoe de zaken ervoor
staan vissen ze je papieren onder een heel grote stapel vandaan. Als je niet
regelmatig je gezicht laat zien, gebeurt er niets. De Italiaanse bureaucratie
werkt totaal anders dan de Nederlandse. Uiteindelijk komt er wel iets uit maar
je moet het zelf in beweging zetten.”
Alles volgens de regels doen is in Italië vaak makkelijker gezegd dan gedaan.
“Je moet verschillende vergunningen aanvragen en die spreken elkaar nogal eens
tegen,” weet Francisca uit ervaring. “Wij hadden een bouwvergunning gekregen en
ons daar netjes aan gehouden. Toen kwam de gezondheidsinspectie langs en die
vertelde ons doodleuk dat het gebouw dan wel aan de bouwvergunning mocht
voldoen, het voldeed niet aan hun eisen.”
Het
opbouwen van een agriturismo vergt geduld, zeker als je helemaal van voren af
aan begint. “Wij zijn vanaf nul begonnen,” vertelt Francisca, “zowel met het
agrarische als met het toeristische gedeelte. Pas vorig jaar hebben we een
eerste wijnoogst gehad en dit jaar zitten er voor het eerst olijven aan de
bomen. Voor het toeristische gedeelte moet je bekendheid zien te krijgen, wat
ook tijd kost. De bezetting van de huisjes is nu nog erg onvoorspelbaar. Met
twee kleine kinderen is dat niet altijd een gemakkelijke situatie. Ik zou
anderen aanraden om iets te kopen dat al voor een deel werkend en bewoonbaar is,
ook al betaal je daar natuurlijk wel voor.”
Voor Francisca was het het allemaal waard. Ze zou het zo weer doen. “We zijn
helemaal verliefd op ons stuk grond en de omgeving. Het is wat we zochten en
doordat mijn man Italiaan is was het te doen. De kinderen hebben het hier
heerlijk en het lijkt erop dat het harde werk van de afgelopen jaren eindelijk
wordt beloond, want deze maand gaan we onze eerste wijnoogst bottelen. De
flessen en de etiketten staan klaar en het geeft grote voldoening om de enoloog
die de wijnmonsters analyseert te horen zeggen dat onze wijn wel eens een heel
goede kan zijn.”
|
Tips/info
Er zijn verschillende
belangenverenigingen voor ondernemers met een agriturismo. Deze helpen onder
meer vaak bij het opzetten van een nieuwe onderneming, zijn in het bezit van
gedetailleerde informatie over het starten en runnen van een agriturismo en
organiseren cursussen en vakbeurzen.
Websites:
www.agriturist.it
www.agriturismo.it
www.agriturist.com
Fleur de Ron, juli 2006
Gepubliceerd in Ajuus Magazine,
nummer 5, september/oktober 2006
Meer informatie over wonen en werken in Italië vind je ook
op
Italie da vivere
|